Aston Martin Ulster

Het was de door de racerij bezeten Bert Bertelli die Aston Martin wist te overtuigen van het bouwen van drie competitie auto voor deelname aan Le Mans in 1934. Deze bouwde men op basis van een uitgekleed (lees: lichter) chassis van de MKII. Helaas zou geen van de auto’s de finish halen vanwege mechanische problemen. Voor de volgende race, de RAC Tourist Trophy at Ards in Ulster, bouwde men de auto’s nieuw op op basis van het bestaande chassis. Dit keer eindigde men meer succesvol met de 1e, 2e en 3e plek. De naam Ulster was geboren!

Totaal bouwde de Britten 31 exemplaren van 1934 tot 1936 waarvan 10 stuks in het eigen team terecht kwamen, 28 stuks zouden bewaard zijn gebleven. Dit gegeven is bekend dankzij Alan Archer die nauwkeurig elk exemplaar documenteerde in zijn boek “Aston Martin Ulster”. Dat boek laat tevens zien hoe succesvol de Ulster was, vele bekende races werden op zijn naam geschreven van Le Mans tot de Mille Miglia. Vandaag de dag staat de pre-war racer bekend om zijn hoge prestaties, betrouwbaarheid, remkracht en wegligging. De 1.5 liter SOHC viercilinder motor met 80pk stelde de Ulster in staat om snelheden te halen van meer dan 160 km/u.

Aston Martin Ulster

Deze Aston Martin Ulster wordt te koop aangeboden via Classic Driver en betreft chassisnummer I5/591/U. In september 1935 rolde deze de fabriek uit en werd in mei 1936 geregistreerd door Mr. Watson van Dunkley & Davidson Ltd. Company. De kleur was zwart en de auto werd met een 2/4 zits carrosserie afgeleverd.

Watson zou de auto inzetten voor races waarvan in juli 1937 de eerste was, de JCC Members day in Brooklands met een high-speed trial. Er zouden nog vele mooie avonturen volgen totdat hij besloot deze te verkopen met 24.878 miles in 1939. Een nieuwe eigenaar was snel gevonden die de auto 10 jaar in bezit zou houden. Ook bekend is dat in 1964 een supercharger werd gemonteerd door de 3e eigenaar, deze zou de auto maar liefst 32 jaar in bezit houden en meerdere prijzen hebben ontvangen bij diverse concours.

In 1980 kwam de Britse racer in bezit van een Japanse verzamelaar die deze wel in de UK liet rijden door zijn vriend Brian Joscelyne. In 1982 kwam de auto in de werkplaats van Morntane Engineering, waarvan Nick Mason van Pink Floyd mede-eigenaar was, voor een veel aantrekkelijker tweezits carrosserie. Het resultaat was werkelijk verbluffend! De auto keerde regelmatig terug in historische races en bleef uiterst competitief totdat deze in 1993 weer van eigenaar wisselde. De gelukkige was de Oostenrijkse verzamelaar Gunther Holnsteiner die deze meteen inzette bij de Mille Miglia. Hij voerde een uitvoerige restauratie uit welke goed gedocumenteerd is, daarbij bleef het charismatische patina goed intact.

Nu komt de auto weer beschikbaar, wat ons betreft de hemel op aarde als het gaat om de categorie pre-war. De prijs is helaas op aanvraag.

Tags from the story